Jaren en jaren geleden bestond de term muziekonderwijs nog niet. Of misschien bestond er wel zo iets als muziekonderwijs, maar dan was het er niet voor het gewone volk, als wel voor de elite. De basis voor het muziekonderwijs dat wij nu kennis ligt echter bij twee Nederlandse muziekpedagogen, genaamd Willem Gehrels en Ad Heerkens. Zij vonden muziek uitermate belangrijk in de opvoeding van kinderen, vandaar dat eerstgenoemde de volksmuziekschool oprichtte, waar ook de armere kinderen muziekles konden volgen. Toch waren er verschillen tussen de twee. Aanhangers van Gehrels zijn meer van het uitoefenen van de muziek. Volgers van Heerkens vonden de vrije expressie vanuit het kind belangrijker. In die tijd gingen die twee dingen niet samen. Er was een scheiding tussen kunde en kick. Toch was er ook een overeenkomst, want beiden hielden ze zich bezig met kennis. Kennis van muziek. Toch werden hier de fundamenten gelegd voor ons huidige muziekonderwijs.
In de loop van de tijd kwam er kritiek op het muziekonderwijs. Volgens kenners was het muziekonderwijs in een vicieuze cirkel beland. Op middelbare scholen werd dermate slecht muziekonderwijs gegeven, dat toekomstige pabo-studenten een enorme muzikale achterstand hadden. Zij konden zelf niet voldoende bijgeschoold worden om muziekles te geven. Dat is de reden dat op basisscholen weinig aan muziek werd gedaan, waardoor die leerlingen ook weer met een achterstand naar het voortgezet onderwijs gingen. Zo is het cirkeltje weer rond.
Het probleem van muziekeducatie blijft gelukkig niet onopgemerkt. Begin jaren ’70 komt er een storm van vernieuwingen op gang: muziek als eindexamenvak, grafische notatie, de opkomst van popmuziek, muziek als maatschappelijk verschijnsel, muziek en andere expressievormen zijn slechts de belangrijkste veranderingen. Er kwamen steeds meer bevoegde muziekdocenten in het voortgezet onderwijs, maar in het basisonderwijs bleef het muziekvak belabberd slecht en de vicieuze cirkel bleef bestaan.
Pas in de jaren ’80 en ’90 vinden er spannende ontwikkelingen plaats. Er werd namelijk gigantisch bezuinigd. Wij denken tegenwoordig dat dat iets van deze tijd is, maar zelfs toen werden de leuke dingen al om zeep geholpen. Wel wordt muziek eindelijk een gewoon eindexamenvak en popmuziek krijgt een serieuze plek op de schoolmuziekopleidingen.
In 1993 wordt de basisvorming ingevoerd. Dat betekende een vernieuwing van de eerste leerjaren in het voortgezet onderwijs. Men wilde de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, de studie- en beroepskeuze uitstellen en het onderwijsprogramma harmoniseren en verbreden. Dit had ten gevolg dat alle scholen hetzelfde vakkenpakket aanboden, met dezelfde programma’s en gebaseerd op dezelfde kerndoelen. Dit moest leerlingen structuur en gelijke kansen geven. Het was een roerige tijd voor middelbare scholen, want naast het invoeren van de basisvorming, waar veel onzekerheid over bestond, hadden scholen te maken met bestuurlijke ontwikkelingen en fusies. Ook die vergden veel tijd, geld en energie. De basisvorming is eigenlijk een resultaat van de eerder ingevoerde Mammoetwet. Voor de Mammoetwet moesten leerlingen al heel vroeg kiezen welke vorm van voortgezet onderwijs zij gingen vormen. Er bestond toen ook een duidelijke scheiding tussen de verschillende onderwijsniveaus. Door de Mammoetwet werd elke vorm van onderwijs toegankelijk voor iedere leerling. Allerlei andere maatregelen, zoals het afschaffen van de driejarige mavo, de uitbreiding van de leerplicht en de ontwikkeling van scholengemeenschappen waren voorboden van de uiteindelijke basisvorming.
Na de millenniumwisseling durft staatssecretaris Karin Adelmund als eerste sociaal-democraat openlijk tegen de idealen van de basisvorming in te gaan. Samen met de onderwijsraad wil ze de basisvorming opnieuw inrichten. Het ideaal dat alle onderbouwleerlingen hetzelfde onderwijs aankunnen wordt hiermee dus overboord gegooid. Er zou nu een verdeling moeten komen van drie niveaus: het vbo, de mavo en havo/vwo. Het aantal verplichte vakken zou moeten worden teruggebracht van vijftien naar acht. Door deze verandering zouden leerlingen het beroepsonderwijs meer ruimte krijgen voor praktijkvakken. Eén gemeenschappelijk niveau voor alle leerlingen, het streven van de basisvorming, bleek dus onhaalbaar. Het gegeven dat alle leerlingen wel het zelfde onderwijs aan zouden kunnen is idealisme waar ieder verschil tussen mensen is vervaagd. Onderwijsvernieuwingen waren ook reacties op veranderingen in de economie.
Eerder, in 1998, werd ook de tweede fase in de bovenbouw van havo en vwo ingevoerd. Dit was een poging om de scheefgroei in het onderwijs te herstellen. Er zaten namelijk heel veel leerlingen op de verkeerde plaats. Het oorspronkelijke doel van de tweede fase was om het eindexamenprogramma zwaarder te maken. Dat betekende een inhoudelijke verbreding (meer wiskunde, geschiedenis en algemene natuurwetenschappen) en een andere manier van lesgeven. We hebben er allemaal ingezeten: het Studiehuis. Dat betekende veel zelfstandig werken en heel veel werkstukken. Het havo en vwo zaten zo vol dat dat ze dachten dat door de onderwijsverzwaring minder leerlingen naar die niveaus zou gaan. Leerlingen die daardoor niet naar havo en vwo gingen moesten ergens anders heen. Destijds gingen kinderen ook steeds minder vaak naar het voorbereidend beroepsonderwijs. Het antwoord was de invoering van het vmbo: het samengaan van mavo en vbo. Leerlingen in speciaal onderwijs moesten hierdoor integreren in het normale onderwijs. Een ander doel was een tweedeling te scheppen tussen vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds. Dat moest de status van het beroepsonderwijs verhogen. Een tweedeling leek beter dan de zogenaamde vierdeling die er eerst was.
Maria van der Hoeven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 2002 tot 2007, heeft later autonomie gegeven aan scholen, zonder grenzen te stellen. De zeggenschap over het onderwijs is de laatste jaren weggegeven aan schoolbesturen. Scholen kregen hierdoor meer vrijheid om hun programma zelf in te vullen, maar tegelijkertijd raakte het programma landelijk gezien steeds meer verdeeld. Dit is ook te merken aan het muziekonderwijs op middelbare scholen. Het vak muziek maakt nog steeds verplicht deel uit van de basisvorming, maar sommige scholen hebben cultuurvakken hoog op de prioriteitenlijst, terwijl andere scholen het vak helemaal laten verslappen. Terwijl het ideaal van de basisvorming nog steeds is om leerlingen op een bepaald niveau les te geven, heeft de vrijheid die scholen hebben om zelf hun programma’s in te vullen juist gezorgd dat niveauverschillen groter zijn geworden, ook in het muziekonderwijs.
Op basisscholen is het muziekonderwijs nog steeds matig, omdat veel pabo-studenten van tegenwoordig nog steeds geen muziek aanbieden en het aanstellen van een vakleerkracht voor scholen vaak net te veel gevraagd is. In het voortgezet onderwijs zijn wel veel bekwame docenten te vinden, maar door het verknipte muziekonderwijs op basisscholen is het niveauverschil in de brugklas nog steeds erg groot.
Daarnaast woedt de discussie over het studiehuis, de tweede fase, de basisvorming nog steeds en zullen we moeten afwachten wat voor veranderingen de politiek nog meer in petto heeft voor het onderwijs en in het bijzonder het muziekonderwijs. Het enige wat we kunnen doen als toekomstig muziekdocenten, is strijden voor het belang van het muziekvak. Want dat het vak muziek belangrijk is, is een ding dat zeker is. Niet alleen draagt het bij aan de sociale en muzikale vaardigheden van leerlingen, ook is het goed voor de fijne motoriek, groepswerk, het overwinnen van presentatieangst en nog vele andere zaken.
Naar mijn mening moet muziek gehandhaafd blijven op het voortgezet onderwijs. Het moet verplicht blijven in de basisvorming. Daarna moet er de mogelijkheid zijn voor leerlingen om te kiezen. Zo kun je er voor zorgen dat in de basisvorming iedereen (het woord zegt het al) de basis krijgt. Later krijg je de gemotiveerde leerlingen in de bovenbouw en kun je dieper ingaan op en uitbreiden van muzikale kennis en vaardigheden.
Hoe dan ook zullen we af moeten wachten wat de politiek ons de komende jaren nog aan onderwijsvernieuwingen gaat voorschotelen. Tot die tijd moeten we ons sterk blijven maken voor het muziekvak.
Hi there, awesome site. I thought the topics you posted on were very interesting
BeantwoordenVerwijderencheap nolvadex