dinsdag 15 november 2011

Verhalen in de Trein

Het is vrijdagmiddag, elf elf tweeduizendelf welteverstaan. De week zit er weer op en na een drukke dag reis ik weer af naar het gezellige Brabant. Dit doe ik elke week, omdat ik daar nog een bijbaantje heb en dan zie ik mijn ouders ook nog eens! En elke week is het weer raak: de vrijdagmiddagspits. Als de intercity uit Schiphol richting Heerlen/Maastricht weer eens met tien minuten vertraging Utrecht Centraal binnen komt rijden en ik een blik in de trein werp, zie ik al dat het weer een reisje op de trap gaat worden. Jeweetwel: alle stoelen zijn bezet, of er zijn van die asociale mensen die zoveel spullen bij zich hebben dat ze in hun eentje al drie plaatsen bezet houden.
Ik sta dus al tien minuten bibberend in de kou, met een zware tas op mijn rug, te wachten op de trein, die overigens ook nog eens super vol zal zitten omdat de vorige trein niet is komen opdagen. Op het perron lopen de gekste figuren rond, allemaal mensen die van hun werk naar huis gaan, en vooral veel studenten die zich net als ik klaarmaken voor een weekend thuis. Vandaag staat er echter ook een groepje oude mannen bij me in de buurt. Ik kan met gemak en zonder enige moeite verstaan waar ze het over hebben, want van het begrip "overenthousiasme" hebben zij kennelijk nog nooit gehoord! Ik stoor me er echter niet aan en moet er zelfs even om lachen! Een van de mannen draagt een apparaat met zich mee en is met allerlei slangetjes aan het ding verbonden. Hij lijkt me ernstig ziek, maar toch lacht hij onverstoord met de anderen mee. Ik probeer me zijn leven voor te stellen en besef me hoe fijn ik het heb en dat ik dankbaar moet zijn dat ik niks mankeer en gewoon gezond ben. Ik kijk nog eens om me heen naar de andere mensen op het perron. Achter al deze mensen gaat een verhaal schuil waar je niks van weet, de een nog meer intrigerend dan de ander...
Doordat ik zo in gedachten verzonken ben heb ik totaal niet door dat de trein er inmiddels aankomt. Snel ga ik naar het einde van het perron in de hoop dat het in het achterste gedeelte minder druk is. Niets is minder waar en ik ben zeker niet de enige met dat idee. Als ik kans zie om de trein in te stappen merk ik al dat het hier net zo druk is als in de rest van de trein. Strompelend door de vele coupés beland ik uiteindelijk bij de laatste deur. De trap is nog vrij. Ik leg me er maar bij neer: op vrijdagmiddag kun je niet verwachten dat je plek hebt in de trein, zeker niet als je op zo'n station als Utrecht Centraal instapt.
De trein is vertrokken. Langzaam laat ze Utrecht achter zich als ze in de richting van Houten rijdt. Ik pak ondertussen een boek uit mijn tas; je moet toch wat als je op de trap zit. Ik heb nog nauwelijks een halve alinea gelezen als opeens het groepje oude mannen de coupé uit komt strompelen en gezellig naast me op de trap komt zitten. Kennelijk is er echt nergens plaats en kennelijk is er ook niemand meer die nog opstaat voor mensen die slecht ter been zijn.
Al gauw blijkt dat het groepje nog steeds de grootste lol heeft. Inmiddels heeft zich namelijk een hele groep mensen verzameld in dit tussenstuk van de trein. Minstens de helft speelt met een smartphone, een aantal is aan het eten en tegenover mij zit een man met een super lieve puppy die constant mijn aandacht wil. Maar dan het gekke. Opeens merkt een van de oude mannen op dat het zo fantastisch is dat ieder persoon zijn eigen verhaal heeft. Allerlei verschillende levens, allemaal bij elkaar op 5 vierkante meter in de trein. Plotseling vraagt hij aan me: "En wat doe jij in het dagelijks leven?" Waarop ik heel even nadenk en terug denk aan mijn stageweek. Dan volgt het antwoord: "Ik ben muziekdocent". :)

Liefs,
Marleen

woensdag 21 september 2011

Tools: met hamer en beitel!

Eigenlijk moet ik nu kei hard aan het werk zijn om een eigen PTA op te stellen. Daarnet hadden we onze derde hoofdvakles voor HDM5 en mijn hoofd zit momenteel zo vol met informatie dat ik dacht: waarom gooi ik dat niet even op mijn blog?

Waar ik een beetje mee loop is het feit dat je zo ontzettend veel tools moet hebben als muziekdocent, waar ik eerder nog nooit echt over heb nagedacht. Aanvankelijk dacht ik altijd: "Ohhh super tof, ik ga muziekdocent worden en die kids van alles bijbrengen wat ik weet over muziek!" Maar toen kwamen de stages en wordt je toch zo maar even in het diepe gegooid...

Orde houden, lesinhoud, lessenseries, toetsing, beoordeling, je eigen persoonlijkheid en visie op muziek, je muzikantschap, leiderschap etc, ... al die dingen waar ik nog nooit over heb nagedacht, zelfs eigenlijk niet in de eerste twee jaar van de opleiding. Het is pas nu in het derde jaar dat ik echt geprikkeld word om over die dingen na te denken. Misschien dat ik nu pas begin in te zien dat die dingen super belangrijk zijn voor jou als docent, maar ook voor de leerlingen uit je klas? Al bovenstaande tools heb je gewoon nodig om een goede docent, in mijn visie dan. (kijk, daar heb je hem! ;) )

Maar wat ik soms vergeet, is dat ik zelf ook nog flink word bewerkt met allerlei tools. Dingen die mij worden aangereikt zodat ik mezelf kan ontwikkelen. Eigenlijk zijn wij, toekomstige muziekdocenten, allemaal nog steentjes die geslepen moeten worden, die "met hamer en beitel" steeds meer in de richting gaan van wat ze uiteindelijk willen worden. Maar ik vergeet soms dat ik nog volop in ontwikkeling ben als persoon, als docent, als muzikant, als leider en coach. Ik betrap mezelf er veel te vaak op dat ik vind dat ik alles nu al moet kunnen, maar natuurlijk werkt dat niet zo.

Nu ik de afgelopen weken zo ben gaan nadenken zie ik wel steeds meer in dat je gewoon nooit uitontwikkeld bent, dat ik eens moet stoppen te denken dat het na deze vier jaar opleiding ophoudt! Het is net als dat ik nu piano kan spelen en kan zingen en dat de instrumenten zijn die ik beheers. Maar betekent dat dan dat ik nooit meer een ander, voor mij nieuw instrument kan leren spelen? Gelukkig niet en ik weet zeker dat ik ooit een heel eind in de richting zal komen van de docent die ik wil zijn. Zoals Suzan vanochtend zo mooi zei: "Ik kan mezelf inzetten als de expert, maar durf daardoor soms ook mijn onzekere kanten te laten zien."

En dat vind ik een mooi streven. :)

Voor nu duik ik toch maar eens flink de PTA'S in en ga ik op onderzoek uit wat wel of niet aansluit bij de visie die ik op dit moment heb over muziekonderwijs. En misschien is dat voor nu goed en kijk ik er jaren later met een grote glimlach op terug, met alle tools die ik dan heb opgedaan! Tot snel!

Marleen

woensdag 14 september 2011

In sneltreinvaart: mijn visie op het muziekonderwijs!

Hoi hoi!

Daar ben ik weer! Na een jaartje van afwezigheid (waarom eigenlijk?) ben ik weer helemaal terug op mijn eigen blog, nu ook met een grote dosis motivatie om het bloggen er in te houden! Binnenkort ga ik namelijk een grote stage lopen in de bovenbouw van het middelbaar muziekonderwijs! Dit vind ik echt super spannend, maar ook een grote uitdaging! Doordat ik hier veel over na denk heb ik een aantal punten voor mezelf op een rijtje gezet en deze opgenomen in een filmpje! Dus voilà: mijn visie op het muziekonderwijs (in de bovenbouw).


Tot binnenkort!

woensdag 16 juni 2010

Het zit er alweer op...

Wat is het ongelooflijk snel gegaan dit jaar! Er rest ons enkel nog een fijne ensembleweek, waarin we lekker met z'n allen samen muziek gaan maken, en dan is het gewoon vakantie en zit het eerste jaar Docent Muziek er alweer op! Het lijkt alsof ik pas drie dagen aan de opleiding bezig ben, maar tegelijkertijd voelt het alsof we al jaren onderweg zijn. Heel vreemd, maar dat komt vast door het feit dat we zo ontzettend veel hebben gedaan, hebben geleerd en heel hard aan onszelf hebben gewerkt. Als ik naar mezelf kijk toen ik afgelopen augustus het Conservatorium binnen liep en hoe ik er nu na het eerste jaar weer uit loop, zie ik al zo'n groot verschil, in positieve zin, dat ik al niet meer kan wachten op het tweede jaar! Maar eerst gaan we genieten van nog een weekje ensemble, waarin ik overigens ook nog eens heerlijk m'n 21ste verjaardag kan vieren en hopen dat het lekker weer is en daarna is het viva la vacantione! :D
Ik wens iedereen, al dan niet een beetje voorbarig, een fijne vakantie!

Liefs!

woensdag 2 juni 2010

Column: A Musical Joke...

Doordat mijn column helemaal naar beneden was gezakt dankzij die lange essay, hier nog maar een keer de column!
____________________________________________________________

A Musical Joke...

Oftewel een muzikale grap. Dat is hoe kinderen en jongeren denken over klassieke muziek, muziek voor nerds en meisjes met bloemenjurken. Muziek voor mensen die totaal níet cool zijn. Muziek om gewoon te vergeten en geen aandacht aan te schenken. Muziek waarvan geen cd te vinden is in een reguliere jongerenslaapkamer en al zeker niet op hun peperdure i-pods. Die zijn eerder voorbestemd voor harde, dreunende hardcore. Je kent het wel. Je zit in de bus en ergens achterin zit een jongen, jaar of 15, broek hangt halverwege zijn knieën, petje op en i-pod aan. Zelf zit je ergens voorin, maar je kunt precies horen wat voor muziek achterin de bus de oren van die jongen verknalt. Om dan nog maar niet eens te beginnen over de trein…
Wellicht zijn er ergens nog wel kinderen die klassieke muziek mooi vinden. Als dat zo is, dan komen ze er zeker niet voor uit. Als dat zo is, dan vinden ze het misschien alleen mooi voor een paar minuten, want daarna wordt het saai. Of schijnt er misschien toch nog ergens een lichtje die de belabberde positie van klassieke muziek bij jongeren zal doen stijgen?

Wel eens gehoord van Muziekcentrum voor de Omroep? Nee? Even een korte omschrijving: Het MCO bevat drie orkesten, een koor en een afdeling educatie die samenwerkt met scholen. Samen proberen zij klassieke muziek aan te bieden in educatieve en interactieve vorm bij kinderen en jongeren. En raad eens: het valt in de smaak! Bij kinderen misschien meer als bij jongeren, maar een reactie als ‘nooit gedacht dat klassieke muziek zo leuk kon zijn’ hoor je niet snel!

Ik ben van mening dat het dus best mogelijk is om klassieke muziek aantrekkelijker te maken voor kinderen. En dan zeg ik expres kinderen, want bij jongeren weet ik het zo net nog niet. Misschien prikkel je ze wel met dat soort projecten en zullen ze het jaren later wel gaan waarderen, maar nu zullen ze niet massaal naar de schouwburg gaan om daar een uitvoering van L’après midi d’une faune te bekijken. Daarentegen zou je kinderen wel kunnen prikkelen en ze enthousiast kunnen maken voor klassieke muziek.
Desalniettemin ben ik bang dat de komende jaren de I-pods nog steeds vol zullen staan met hardcore, hardstyle en al die andere vreemde soorten dreunmuziek. Voor jongeren blijft klassieke muziek tot vandaag de dag simpelweg gewoon a musical joke.

____________________________________________________________
Deze column is geschreven door Marleen Spierings in het kader van de VO-stage.
De onderliggende stelling luidt: 'Klassieke muziek zal nooit echt bij kinderen en jongeren in de smaak vallen.'
Gebruikte artikelen bij de column:
* 'Muziek moet je doen' - Tettje Halbertsma (Akkoord Magazine, Feb/Maart 2010)
* 'Zwei Herzen in Drievierteltakt' - Barend Wijtman (M&O, 2000-5)

maandag 24 mei 2010

Essay: De cirkel is rond

Jaren en jaren geleden bestond de term muziekonderwijs nog niet. Of misschien bestond er wel zo iets als muziekonderwijs, maar dan was het er niet voor het gewone volk, als wel voor de elite. De basis voor het muziekonderwijs dat wij nu kennis ligt echter bij twee Nederlandse muziekpedagogen, genaamd Willem Gehrels en Ad Heerkens. Zij vonden muziek uitermate belangrijk in de opvoeding van kinderen, vandaar dat eerstgenoemde de volksmuziekschool oprichtte, waar ook de armere kinderen muziekles konden volgen. Toch waren er verschillen tussen de twee. Aanhangers van Gehrels zijn meer van het uitoefenen van de muziek. Volgers van Heerkens vonden de vrije expressie vanuit het kind belangrijker. In die tijd gingen die twee dingen niet samen. Er was een scheiding tussen kunde en kick. Toch was er ook een overeenkomst, want beiden hielden ze zich bezig met kennis. Kennis van muziek. Toch werden hier de fundamenten gelegd voor ons huidige muziekonderwijs.

In de loop van de tijd kwam er kritiek op het muziekonderwijs. Volgens kenners was het muziekonderwijs in een vicieuze cirkel beland. Op middelbare scholen werd dermate slecht muziekonderwijs gegeven, dat toekomstige pabo-studenten een enorme muzikale achterstand hadden. Zij konden zelf niet voldoende bijgeschoold worden om muziekles te geven. Dat is de reden dat op basisscholen weinig aan muziek werd gedaan, waardoor die leerlingen ook weer met een achterstand naar het voortgezet onderwijs gingen. Zo is het cirkeltje weer rond.

Het probleem van muziekeducatie blijft gelukkig niet onopgemerkt. Begin jaren ’70 komt er een storm van vernieuwingen op gang: muziek als eindexamenvak, grafische notatie, de opkomst van popmuziek, muziek als maatschappelijk verschijnsel, muziek en andere expressievormen zijn slechts de belangrijkste veranderingen. Er kwamen steeds meer bevoegde muziekdocenten in het voortgezet onderwijs, maar in het basisonderwijs bleef het muziekvak belabberd slecht en de vicieuze cirkel bleef bestaan.

Pas in de jaren ’80 en ’90 vinden er spannende ontwikkelingen plaats. Er werd namelijk gigantisch bezuinigd. Wij denken tegenwoordig dat dat iets van deze tijd is, maar zelfs toen werden de leuke dingen al om zeep geholpen. Wel wordt muziek eindelijk een gewoon eindexamenvak en popmuziek krijgt een serieuze plek op de schoolmuziekopleidingen.

In 1993 wordt de basisvorming ingevoerd. Dat betekende een vernieuwing van de eerste leerjaren in het voortgezet onderwijs. Men wilde de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, de studie- en beroepskeuze uitstellen en het onderwijsprogramma harmoniseren en verbreden. Dit had ten gevolg dat alle scholen hetzelfde vakkenpakket aanboden, met dezelfde programma’s en gebaseerd op dezelfde kerndoelen. Dit moest leerlingen structuur en gelijke kansen geven. Het was een roerige tijd voor middelbare scholen, want naast het invoeren van de basisvorming, waar veel onzekerheid over bestond, hadden scholen te maken met bestuurlijke ontwikkelingen en fusies. Ook die vergden veel tijd, geld en energie. De basisvorming is eigenlijk een resultaat van de eerder ingevoerde Mammoetwet. Voor de Mammoetwet moesten leerlingen al heel vroeg kiezen welke vorm van voortgezet onderwijs zij gingen vormen. Er bestond toen ook een duidelijke scheiding tussen de verschillende onderwijsniveaus. Door de Mammoetwet werd elke vorm van onderwijs toegankelijk voor iedere leerling. Allerlei andere maatregelen, zoals het afschaffen van de driejarige mavo, de uitbreiding van de leerplicht en de ontwikkeling van scholengemeenschappen waren voorboden van de uiteindelijke basisvorming.

Na de millenniumwisseling durft staatssecretaris Karin Adelmund als eerste sociaal-democraat openlijk tegen de idealen van de basisvorming in te gaan. Samen met de onderwijsraad wil ze de basisvorming opnieuw inrichten. Het ideaal dat alle onderbouwleerlingen hetzelfde onderwijs aankunnen wordt hiermee dus overboord gegooid. Er zou nu een verdeling moeten komen van drie niveaus: het vbo, de mavo en havo/vwo. Het aantal verplichte vakken zou moeten worden teruggebracht van vijftien naar acht. Door deze verandering zouden leerlingen het beroepsonderwijs meer ruimte krijgen voor praktijkvakken. Eén gemeenschappelijk niveau voor alle leerlingen, het streven van de basisvorming, bleek dus onhaalbaar. Het gegeven dat alle leerlingen wel het zelfde onderwijs aan zouden kunnen is idealisme waar ieder verschil tussen mensen is vervaagd. Onderwijsvernieuwingen waren ook reacties op veranderingen in de economie.

Eerder, in 1998, werd ook de tweede fase in de bovenbouw van havo en vwo ingevoerd. Dit was een poging om de scheefgroei in het onderwijs te herstellen. Er zaten namelijk heel veel leerlingen op de verkeerde plaats. Het oorspronkelijke doel van de tweede fase was om het eindexamenprogramma zwaarder te maken. Dat betekende een inhoudelijke verbreding (meer wiskunde, geschiedenis en algemene natuurwetenschappen) en een andere manier van lesgeven. We hebben er allemaal ingezeten: het Studiehuis. Dat betekende veel zelfstandig werken en heel veel werkstukken. Het havo en vwo zaten zo vol dat dat ze dachten dat door de onderwijsverzwaring minder leerlingen naar die niveaus zou gaan. Leerlingen die daardoor niet naar havo en vwo gingen moesten ergens anders heen. Destijds gingen kinderen ook steeds minder vaak naar het voorbereidend beroepsonderwijs. Het antwoord was de invoering van het vmbo: het samengaan van mavo en vbo. Leerlingen in speciaal onderwijs moesten hierdoor integreren in het normale onderwijs. Een ander doel was een tweedeling te scheppen tussen vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds. Dat moest de status van het beroepsonderwijs verhogen. Een tweedeling leek beter dan de zogenaamde vierdeling die er eerst was.

Maria van der Hoeven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 2002 tot 2007, heeft later autonomie gegeven aan scholen, zonder grenzen te stellen. De zeggenschap over het onderwijs is de laatste jaren weggegeven aan schoolbesturen. Scholen kregen hierdoor meer vrijheid om hun programma zelf in te vullen, maar tegelijkertijd raakte het programma landelijk gezien steeds meer verdeeld. Dit is ook te merken aan het muziekonderwijs op middelbare scholen. Het vak muziek maakt nog steeds verplicht deel uit van de basisvorming, maar sommige scholen hebben cultuurvakken hoog op de prioriteitenlijst, terwijl andere scholen het vak helemaal laten verslappen. Terwijl het ideaal van de basisvorming nog steeds is om leerlingen op een bepaald niveau les te geven, heeft de vrijheid die scholen hebben om zelf hun programma’s in te vullen juist gezorgd dat niveauverschillen groter zijn geworden, ook in het muziekonderwijs.

Op basisscholen is het muziekonderwijs nog steeds matig, omdat veel pabo-studenten van tegenwoordig nog steeds geen muziek aanbieden en het aanstellen van een vakleerkracht voor scholen vaak net te veel gevraagd is. In het voortgezet onderwijs zijn wel veel bekwame docenten te vinden, maar door het verknipte muziekonderwijs op basisscholen is het niveauverschil in de brugklas nog steeds erg groot.

Daarnaast woedt de discussie over het studiehuis, de tweede fase, de basisvorming nog steeds en zullen we moeten afwachten wat voor veranderingen de politiek nog meer in petto heeft voor het onderwijs en in het bijzonder het muziekonderwijs. Het enige wat we kunnen doen als toekomstig muziekdocenten, is strijden voor het belang van het muziekvak. Want dat het vak muziek belangrijk is, is een ding dat zeker is. Niet alleen draagt het bij aan de sociale en muzikale vaardigheden van leerlingen, ook is het goed voor de fijne motoriek, groepswerk, het overwinnen van presentatieangst en nog vele andere zaken.

Naar mijn mening moet muziek gehandhaafd blijven op het voortgezet onderwijs. Het moet verplicht blijven in de basisvorming. Daarna moet er de mogelijkheid zijn voor leerlingen om te kiezen. Zo kun je er voor zorgen dat in de basisvorming iedereen (het woord zegt het al) de basis krijgt. Later krijg je de gemotiveerde leerlingen in de bovenbouw en kun je dieper ingaan op en uitbreiden van muzikale kennis en vaardigheden.

Hoe dan ook zullen we af moeten wachten wat de politiek ons de komende jaren nog aan onderwijsvernieuwingen gaat voorschotelen. Tot die tijd moeten we ons sterk blijven maken voor het muziekvak.

zaterdag 22 mei 2010

A Musical Joke...

Oftewel een muzikale grap. Dat is hoe kinderen en jongeren denken over klassieke muziek, muziek voor nerds en meisjes met bloemenjurken. Muziek voor mensen die totaal níet cool zijn. Muziek om gewoon te vergeten en geen aandacht aan te schenken. Muziek waarvan geen cd te vinden is in een reguliere jongerenslaapkamer en al zeker niet op hun peperdure i-pods. Die zijn eerder voorbestemd voor harde, dreunende hardcore. Je kent het wel. Je zit in de bus en ergens achterin zit een jongen, jaar of 15, broek hangt halverwege zijn knieën, petje op en i-pod aan. Zelf zit je ergens voorin, maar je kunt precies horen wat voor muziek achterin de bus de oren van die jongen verknalt. Om dan nog maar niet eens te beginnen over de trein…
Wellicht zijn er ergens nog wel kinderen die klassieke muziek mooi vinden. Als dat zo is, dan komen ze er zeker niet voor uit. Als dat zo is, dan vinden ze het misschien alleen mooi voor een paar minuten, want daarna wordt het saai. Of schijnt er misschien toch nog ergens een lichtje die de belabberde positie van klassieke muziek bij jongeren zal doen stijgen?

Wel eens gehoord van Muziekcentrum voor de Omroep? Nee? Even een korte omschrijving: Het MCO bevat drie orkesten, een koor en een afdeling educatie die samenwerkt met scholen. Samen proberen zij klassieke muziek aan te bieden in educatieve en interactieve vorm bij kinderen en jongeren. En raad eens: het valt in de smaak! Bij kinderen misschien meer als bij jongeren, maar een reactie als ‘nooit gedacht dat klassieke muziek zo leuk kon zijn’ hoor je niet snel!

Ik ben van mening dat het dus best mogelijk is om klassieke muziek aantrekkelijker te maken voor kinderen. En dan zeg ik expres kinderen, want bij jongeren weet ik het zo net nog niet. Misschien prikkel je ze wel met dat soort projecten en zullen ze het jaren later wel gaan waarderen, maar nu zullen ze niet massaal naar de schouwburg gaan om daar een uitvoering van L’après midi d’une faune te bekijken. Daarentegen zou je kinderen wel kunnen prikkelen en ze enthousiast kunnen maken voor klassieke muziek.
Desalniettemin ben ik bang dat de komende jaren de I-pods nog steeds vol zullen staan met hardcore, hardstyle en al die andere vreemde soorten dreunmuziek. Voor jongeren blijft klassieke muziek tot vandaag de dag simpelweg gewoon a musical joke.

____________________________________________________________
Deze column is geschreven door Marleen Spierings in het kader van de VO-stage.
De onderliggende stelling luidt: 'Klassieke muziek zal nooit echt bij kinderen en jongeren in de smaak vallen.'
Gebruikte artikelen bij de column:
* 'Muziek moet je doen' - Tettje Halbertsma (Akkoord Magazine, Feb/Maart 2010)
* 'Zwei Herzen in Drievierteltakt' - Barend Wijtman (M&O, 2000-5)

dinsdag 27 april 2010

Zomaar even...

Vorige week bij de stagereflectie hadden we het over sterke kanten van jezelf die je kunt inzetten bij het les geven. Ik had eerlijk gezegd nog nooit over sterke kanten van mezelf nagedacht, omdat ik een regelrechte doemdenker ben, wat dus een slechte eigenschap is. Als ik ergens op terug kijk, dan zie ik alle dingen die mis gingen, alle dingen die ik niet kon waarmaken en alle dingen waarover ik ooit al onzeker was, die nu alleen maar nog eens werden bevestigd.
Gelukkig heeft de stagereflectie mijn oogjes een klein beetje geopend. Ik ben eens gaan bedenken waar ik nu eigenlijk bang voor ben. En ben tot de conclusie gekomen dat ik helemaal niet bang hoef te zijn. Ik zit toch niet voor niets op de opleiding Docent Muziek? Ergens moet dus een soort potentie zitten. Ik moet die misschien alleen nog gedeeltelijk vinden.
Nu ben ik er toevallig achter gekomen dat ik helemaal niet zo zenuwachtig ben voor de stage. En dat terwijl ik morgen een les helemaal alleen moet geven en de stagebegeleider komt kijken. Gek he? Maar ik weet hoe het komt. We gaan namelijk zingen morgen en zingen vind ik leuk en misschien ben ik er zelfs een beetje goed in. Of althans, voor die kinderen vind ik dat ik er goed in ben. ;) Dus zingen zou ik een sterke kant kunnen noemen.
Ik heb mezelf dus maar voorgenomen om te gaan proberen al mijn sterke kanten ook uit te lichten in mijn reflecties. En dat geldt niet alleen voor stage. Het geldt ook voor mijzelf buiten de opleiding, op een bijbaantje, waar dan ook. :) Van doemdenken komt stress, en die heb ik niet nodig.

Pfoe, nu wordt het wel een heel serieuze blog maar ach, die moeten er soms ook zijn! Ik denk dat ik me nog maar even ga voorbereiden op morgen. Donderdag nog een dagje reflecteren op die absoluut fantastische les die ik morgen ga geven. Niet meer doemdenken!
En dan lekker vakantie! :D

Liefs
Marleen

donderdag 25 maart 2010

Casus, met klassieke fouten!

Ja, eindelijk kan ik dan eens een goede casus neerzetten! Eentje die ik gisteren namelijk zelf heb meegemaakt... Eigenlijk was het meteen op het moment dat het gebeurde een goede les, iets wat ik mee kan nemen voor de rest van mijn nog gammele docentenbestaan.

Romy en ik geven samen les op een middelbare school in Tiel. Vorige week hebben we het liedje ' Don't worry, be happy', hoe cliché ook, aangeleerd. Eerst vonden ze het maar niks, maar toen we ze eenmaal aan het zingen waren vonden ze het toch super leuk!
Gisteren zouden we een tweedelige les geven. Het eerste gedeelte heeft Romy voor haar rekening genomen en was een luisterles. In het tweede gedeelte heb ik min of meer de leiding genomen over de instrumentale begeleiding die wij aan de klas zouden leren. Romy heeft me natuurlijk wel heel goed geholpen en dat was heeeeeel fijn, want alleen had ik het denk ik niet gered!
Maar nu komt het: we hadden die leuke partijtjes (piano, bas, klokkenspel, xylofoon) allemaal mooi uitgewerkt met Sibelius. Het zag er echt super strak uit. Wij natuurlijk helemaal trots en volgens ons was het ook nog best wel speelbaar. Wij dachten: dat gaan we wel even aanleren. De kinderen dachten: wij kunnen nog niet zo goed noten lezen. Wij voelden paniek. De kinderen waarschijnlijk ook...Ik stond een beetje met mijn mond vol tanden, die kinderen met hun mond vol vragen...
Toen hebben we ter plekke overal op elk papiertje de notennamen bij staan schrijven. Halve les natuurlijk in het water gevallen. Maar goed, uiteindelijk zijn ze toch aan die partijen begonnen. Ze konden het voor zichzelf allemaal best wel goed uitzoeken en ze waren ook super braaf!

Na de les zegt onze stagementor: "Dat was een les vol met klassieke fouten". En ja, zo voelde ik me ook echt, totaal niet voldaan, hoewel ik eerst dacht dat het wel aardig ging. Verdere commentaar van de mentor: "Dit speelstuk had ik in een les kunnen aanleren". Dan denk je...ja, hoe dan? Nu gaat hij dus onze les van gisteren over twee weken aan een andere klas geven, zodat wij kunnen kijken hoe het dus ook kan! Dat is dus superfijn!
Maar een tip aan iedereen die een brugklas heeft: schrijf de notennamen alsjeblieft onder de partij, want het scheelt een heleboel uitleg en het scheelt ook een heleboel aan je mouw hangende brugklassers...

Nu nog een vraag:
Wat is het goede moment om verschillende partijen samen te laten spelen? Hoe lang moet ik ze laten oefenen en wat zou een goede opbouw zijn om steeds een partij erbij te laten komen?

Hopelijk kan ik wat feedback krijgen, zodat het de volgende keer misschien iets minder in de soep loopt! :D

Liefs,
Marleen

maandag 8 februari 2010

Terug naar de onderbouw...

Nou ja, binnenkort dan! Het is namelijk de bedoeling dat de volgende stage plaats gaat vinden in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Spannend, dat is het zeker! Het doet me heel erg terug denken aan de tijd ( een jaar of 8 geleden alweer!) dat ik zelf in de brugklas zat. Nu wil ik jullie niet gaan vervelen met eindeloos gezever over hoe ik het heb gehad tijdens mijn eigen middelbare-schooltijd, want dat is iets dat ik zelf niet meer helemaal wil oprakelen omdat het gewoon niet mijn leukste tijd was. In plaats daarvan wil ik jullie wel alles vertellen over de leukste en de slechtste, belabberdste en saaiste docenten die ik heb gehad. Uiteraard wil ik me straks aan die leuke, goede docenten spiegelen en niet aan die slechte! :P Helaas stammen die docenten dus niet uit de onderbouw, omdat ik dat een beetje heb verdrongen en niet meer precies weet welke docenten ik allemaal heb gehad. Dat is op zich jammer, omdat dat de bouw is waar we dadelijk mee geconfronteerd gaan worden, maar misschien is dat juist wel heel erg goed voor me. Goed, ik dwaal al weer af. Ik wilde iets gaan zeggen over die docenten.

Ik weet nog dat ik in havo4 kwam en dat ik eindelijk mezelf een heeeeeeeeeel klein beetje durfde te laten horen in de muziekles. Ik voelde me misschien iets meer op mijn gemak, omdat iedereen in de bovenbouw het ettertjesgedrag een beetje achter zich laat. Op zich was de inhoud van de muziekles niet echt heel interessant voor mij, omdat ik alles al op de muziekschool had geleerd, maar het zingen vond ik altijd wel heel erg leuk. Toch heb ik in havo4 en havo5 best nog wel in een soort van bouwwerkje geleefd. Ik omschrijf het altijd maar als een soort muurtje dat ik om me heen had gebouwd en waar niet eens een deur in zat...

Anyway, toen ik mijn havo-diploma had gehaald in 2006 was ik zo blij dat ik van die mensen af was. Maar toch besloot ik om er nog twee jaar vwo achteraan te plakken. Ik wist toch nog niet wat ik wilde en was pas net 17 en bovendien voelde ik me echt niet goed genoeg om van muziek mijn beroep te maken. Daarnaast zaten op het vwo weer heel veel andere mensen en ik beschouwde dat als een soort van nieuwe start. Toen heb ik pas echt iets van me laten zien. Twee keer mee gedaan aan de schoolmusical en een aantal keer aan een artistiek festival dat ze elk jaar organiseerden. Die laatste twee jaar heb ik het toch best leuk gehad nog op de middelbare school. Toen had ik er zeven jaar gezeten en wilde ik ook echt wel weg! Haha!

Maar goed, in dat laatste jaar (vwo6) heb ik de leukste en de slechtste leraar gehad waar ik oorspronkelijk over wilde vertellen. Dit hele bericht begint al meer op mijn halve levensverhaal te lijken, maar ik zal proberen om het nu kort te houden.
De beste docent die ik had was mijn docent geschiedenis in vwo6. Ik had toen problemen met het profielwerkstuk, waarvan hij de begeleider was, en hij heeft mij en een vriendin toen ontzettend geholpen om het allemaal toch op tijd af te krijgen zodat we konden slagen voor ons vwo-diploma. Ook de lessen die hij gaf waren heel overzichtelijk en begrijpelijk. Als je tenminste weet dat geschiedenis nooit mijn beste vak is geweest en ik het heb afgesloten met een 7 vind ik dat een goede prestatie van zowel van mij als van die leraar! ;)
De slechtste docent die ik heb gehad, had ik ook in vwo6 en was de docent Engels. ENGELS! maar hij was nogal pro-amerika. Daar is op zich niks mis mee, maar Amerikaans en Engels verschillen nogal wat van elkaar en als je elke les naar The Simpsons moet kijken en je pas drie weken voor het eindexamen pas iets gaat aanleren, dan word je daar toch wel een klein beetje simpel van!...

Wow, het wordt echt mijn langste blog ooit denk ik, maar ik typ gewoon lekker door. Niet dat ik daar veel tijd voor heb, want ik moet nog een canon instuderen, evenals een rap en een liedje van Michael Jackson, waarna ik nog kerktoonladders moet bestuderen voor Algemene Muziekleer en mijn pianohuiswerk nog moet doen. Maar goed, ik zal nog eventjes mijn top van do's en don'ts neerzetten. Het is namelijk wel de bedoeling dat ik straks voor die havo2 klas sta waar ik zelf o zo'n leuke herinneringen aan heb, en dat ze wel gaan zingen als ik dat wil. Dus heb ik wat dingen op een rijtje gezet die ik dan wel, en ZEKER NIET moet doen.

Hoe krijg je een klas aan het zingen?

Do's:
  • Zorg dat iedereen zich op zijn gemak voelt in de klas.
  • Zorg dat je zelf aardig kunt zingen en begeleiden.
  • Positief commentaar geven.
  • Enthousiasme/passie uitstralen.
Don'ts:
  • Niet voorbereid zijn.
  • Geen enthousiasme uitstralen.
  • Te veel praten.
  • Over je heen laten lopen.
Bovenstaande punten noem ik omdat ik die zelf het belangrijkst vind van allemaal als ik terug denk aan mijn onderbouw tijd. Vooral de laatste, over je heen laten lopen, is iets dat mij altijd en bijna elke dag gebeurde in de onderbouw. Als docent wil ik zorgen dat dat bij mij niet meer gebeurt en dat ik het ook niet binnen de klas zie gebeuren. Ik begin zo langzamerhand te merken dat mijn muurtje steeds lager wordt en dat er een deurtje in zit die op een kier staat en misschien, tegen de tijd dat ik ben afgestudeerd, dan wel wagenwijd openstaat.

Zie jullie morgen weer!
Liefs,
Marleen.

woensdag 30 december 2009

Vreemd

Ja, gekke titel misschien, maar dat is het ook. Ik heb namelijk een kinderliedje geschreven over de zomer, terwijl het net Kerst is geweest...En ik weet niet, het staat half in mineur, half in majeur! Bedenk zelf maar wat je ervan vindt en ik wens iedereen een stralend en muzikaal 2010! :D

maandag 14 december 2009

Cre(a) Do's (and don'ts)

Wel een erg vergezochte titel, maar goed! Ik was helemaal vergeten om een credo te schrijven voor op m'n blog, dus bij deze meteen maar even de vraag waar het over gaat: wat geloof ik dat een goede muziekdocent wel of juist niet moet hebben?

Nu had ik bij de stagereflectie van vorige week juist zo'n mooi lijstje gemaakt met 5 do's en don'ts, maar die ben ik kwijt! :( Dan maar even uit het hoofd.

Ten eerste moet een muziekdocent passie voor zijn vak hebben. Ik weet nog dat dat het eerste was dat ik opschreef, omdat ik dat verreweg het belangrijkst vind. Als je geen passie en enthousiasme uitstraalt kun je die never nooit terug krijgen van je klas. Ten tweede moet je weten waar je het over hebt. Een goede 'do' die ik voor mezelf heb uitgevonden is op tijd naar bed gaan. Ik merk dat een stage toch al best veel energie vergt en dat maar voor een half uurtje les geven PER WEEK! Dus als ik straks fulltime voor de klas sta ga ik zeker mijn bedtijd met een uurtje of anderhalf vervroegen!
Ten derde vind ik dat je als docent moet houden van een uitdaging. Muziekles geven is geen routineklus en dat moet het ook niet worden. Je moet zorgen dat het voor je klas en voor jou een uitdaging blijft om te doen.
Als laatste moet je naar mijn mening beschikken over enige dosis humor. Het hoeft niet altijd serieus, het kan ook wel eens gewoon leuk zijn!
Wat ik uit mijn (korte) verhaaltje opmaak is dus dat je passie moet hebben, kennis uitdragen (maar wel met ruimte voor leuke dingen) en goed moet slapen! :)
En ik denk dat ik die avondklok maar meteen in laat gaan, want morgen is het zangtentamen! Spannend!

Liefs,
Marleen

woensdag 9 december 2009

Rammen op de tafels...

Nou het was weer wat vandaag!
Het begon al goed vanochtend! Ik zat bijna in de trein naar Utrecht, besef ik opeens dat ik mijn usb-stick (waar de hele les om zou draaien) nog thuis in mijn laptop zat! Shit! Ik snel terug naar huis natuurlijk, maar wel te laat op mijn stage...Gelukkig geef ik pas aan het eind van de ochtend les, anders was het helemaal een ramp geweest!

Maar goed. De les! Ik had Gerrie ooit een les zien doen waarin ze met ritmes begon, zo overging naar We Will Rock You en vervolgens muziekstijlen ging behandelen. Ze deed dat met groep 5, dus ik dacht 'waarom ook niet met groep 4'?
Dus ik had een paar leuke ritmes op het bord geschreven die ze na moesten klappen en ze deden het echt goed! Ik was echt trots op ze! Eerst hadden ze wel wat extra uitleg nodig, maar daarna konden ze het bijna foutloos! Op een gegeven moment had ik dat nummer van Queen aangezet en mochten ze mee klappen. Gingen ze natuurlijk meteen op de tafels rammen en zo, maar ik liet ze gewoon eventjes gaan. Ik heb wel gezegd dat ik het daarna stil wilde hebben en dat ging nog wel redelijk snel moet ik zeggen!
Aan de hand van We Will Rock You hebben we de kenmerken van rockmuziek besproken. Dat is nog wel iets waar ik een beetje moeite mee heb trouwens: het gesprek met de klas. Ik ben snel geneigd om te zeggen dat een antwoord klopt, zonder dat ik doorvraag. Dat is meteen mijn vraag voor deze week: 'hoe kun je snel vragen bedenken om door te vragen?'
Als contrasten met rockmuziek heb ik ook nog klassieke muziek en jazz besproken. Ik moet echt eerlijk toegeven dat ik het zelf nog wel eens lastig vind om specifieke kenmerken van stijlen te benoemen, maar bij die kinderen komt het er gewoon uit! Ze konden goed de instrumenten die vaak bij Jazz horen benoemen en bij klassiek wisten ze ook het een en ander en dat voor groep 4! Best knap, had ik echt niet geweten toen ik 7 was!
Als laatst hebben we een luisteropdracht gedaan. Ze moesten op een blad aankruisen welke stijl bij welk fragment hoorde. Op dit punt in de les was het wel druk geworden. De kinderen luisterden niet echt goed naar mijn uitleg over de opdracht, waardoor ik in een keer allemaal vragen kreeg over hoe het nou moest. Ik heb het denk ik wel drie keer uitgelegd, maar ik kreeg ze gewoon niet stil! Ik heb gezegd dat het veel te lang duurde en dat ik daar niet van gediend was en dat ik niet verder zou gaan als ze niet stil zouden zijn.
Toen ging het wel weer even. Ik had acht leuke fragmenten opgezocht. Op een gegeven moment wist een meisje zelfs dat het een opera was die ze hoorde (klopt ook, ik had een stukje Pergolesi laten horen). Hier had ik dus verder op in kunnen gaan met doorvragen, maar dat had ik niet eens door...
Het was nog erger doordat de kinderen na elk fragment weer gingen kletsen en druk werden waardoor ik steeds lang moest wachten met het volgende fragment. Het gevolg was dat ik, toen het half 1 en het einde van de schooldag was, nog 4 fragmenten te gaan had. Die moest ik een beetje afraffelen. Daar baalde ik best van want het was best een leuke les geweest!
Ik heb dus nog een aantal vraagjes:
- Wat zijn goede manieren om door te vragen als kinderen zelf een nieuw onderwerp aansnijden?
- Komt het door mij of door de les dat de kinderen druk zijn, wat kan ik daaraan doen?

Al met al was het best een leuke les, maar gewoon erg chaotisch geëindigd en dat is jammer.
Volgende week de laatste les, dus als iemand nog tips heeft die ik mee kan nemen in die laatste les, dan heel graag! :)

Liefs,
Marleen

donderdag 3 december 2009

Ik heb gelijk!

Dacht ik lekker bij Gerrie en Manolis hun les te gaan bekijken, waren ze er allebei niet afgelopen woensdag! Erg jammer omdat ik zelf pas om vijf voor twaalf les geef, waardoor ik de rest van de ochtend heb meegeholpen met de taalles!
Meestal hebben wij drieën het wel goed geregeld op de woensdagochtend. Gerrie begint altijd om half 9, Manolis geeft les om half 11 en ik dus als laatst. Zo kunnen we altijd bij elkaar kijken en dat helpt enorm omdat je bij anderen toch dingen ziet waar je zelf ook iets aan kunt hebben! Dus ik vond het erg jammer dat ik woensdag alleen was. Desalniettemin ga ik toch lekker even vertellen hoe de les ging! :)

Het is bijna Sinterklaas. En dat is te merken ook. Het lokaal hangt vol met pietjes, huisjes, cadeautjes en alles wat je nog meer kunt bedenken wat met Sinterklaas te maken heeft! De afgelopen twee weken had ik al aandacht besteed aan Sinterklaasliedjes. Ik heb groep 4, dus het is een beetje op het randje met Sinterklaas. Je zou denken dat die kinderen allemaal nog onvoorwaardelijk in Sinterklaas geloven, maar daar is niks van waar. Zo roept er een door de klas: 'Dat zijn gewoon papa en mama hoor!' Ja, wat moet je daar nu op antwoorden?
Maar goed, om de sinterklaasdrukte wat in te dammen ben ik de les begonnen met een spelletje. Ze mochten van mij alle mogelijke herrie maken die ze konden bedenken, maar zodra ik mijn hand zou opsteken (het stilte-teken wat ze gebruiken en wat meestal wel werkt :P) moesten ze stil zijn. Degene die dat als eerste deed mocht het hartje inkleuren. Dat laatste behoeft misschien enige uitleg: er staan altijd twee hartjes op het bord en als de dag goed is gegaan mogen ze die inkleuren.
Ik heb ze nog nooit zooo snel zooo stil gekregen! Ik was echt diep onder de indruk. Voor mij meteen een goed aanknopingspunt om af te spreken dat we dat iedere keer zo zouden doen als het net iets te druk werd. Dat bleek te werken dus ik kon mooi verder gaan met de les.
Ik heb gevraagd of de kinderen weten wat een tegenstelling is. Gelukkig wisten ze dat nog niet, dus dat kon ik mooi uitleggen. Ik had drie woorden op het bord gezet: ja, hoog en wit. Ik heb uitgelegd dat als de een ja zegt en de ander nee, dan is dat een tegenstelling. Ze wisten al snel de goede antwoorden bij de andere twee woorden te bedenken. Toen heb ik ze in hun tafelgroepje nog een tegenstelling laten bedenken. En ze hadden het allemaal goed!
Die tegenstellingen vormden de aanleiding voor het liedje wat ik ze ging leren (Welles-Nietes, zie Eigenwijs). Ik ging het voorzingen en de kinderen moesten letten welke tegenstellingen ze allemaal hoorden. Zo hebben we samen het hele lijstje ingevuld. Ik heb ze vervolgens het refrein aangeleerd, want die is niet zo moeilijk en ik heb ze die in twee groepen laten zingen. Daar leent het liedje zich namelijk erg goed voor.
Wat minder was, was dat ik soms echt heel lang moest wachten voordat ik de aandacht weer had. Ze hadden dus toch niet zo goed opgelet bij het beginspelletje want ik stond al veel te lang met mijn hand in de lucht te zwaaien. Ik heb ook gezegd dat ik dat te lang vond duren en dat ik dat niet zo leuk vond en toen waren ze gelukkig weer stil en konden we de les afmaken.
Ik heb ze het couplet laten zingen aan de hand van de tegenstellingen op het bord. Die hadden we namelijk in de goede volgorde gezet, zodat dat makkelijker zou zijn met zingen.
Zowieso pikt de klas de klas liedjes heel erg snel op en ze onthouden ook alles heel erg goed! Ik vroeg ze aan het einde van de les of ze het liedje van vorige week nog wisten en voordat ik het wist stonden ze met z'n allen het liedje te zingen. Ik had helemaal niet gezegd dat dat mocht, maar ik heb ze toch maar laten door zingen want ik vond het zo leuk dat ze het nog zo goed hadden onthouden! Nathalie, mijn mentor, zei ook nog dat ze het liedje al de hele week liepen te zingen, dus dat vat ik op als een groot compliment! :D
Nu staan alweer de laatste twee stageweken voor de boeg en ik heb de opdracht gekregen om iets leuks te bedenken voor de laatste twee lessen...en dat brengt me meteen bij de vraag van de week: hoe bedenk ik twee laatste leuke en uitdagende lessen voor een groep 4 klas die zo snel dingen oppakt waardoor het bijna saai voor ze wordt. Want ik denk dat als ik iets heel spannends bedenk voor de laatste twee lessen, dat zeker ook bijdraagt aan de aandacht die ze voor de les zullen hebben. Niet dat ik zelf geen inspiratie heb, maar ik vind het ook leuk om andere ideeën te horen!

Liefs,
Marleen

woensdag 25 november 2009

Eerste berichtje!

Jaja, bloggen...
Ik heb me denk ik de afgelopen 4 jaar al talloze keren voorgenomen om eens een keer te gaan bloggen en nu dat het moet weet ik niet eens wat ik moet typen!
Ik heb ooit overwogen om journalistiek te gaan studeren, maar ik zie nu in dat dat absoluut geen goede keuze zou zijn geweest omdat ik binnen een mum van tijd al zou zijn uitgeschreven...
Heb ook nog een andere studie uitgeprobeerd met taal, maar dat was het ook weer niet!
Toch blij dat ik de muziek ben ingegaan!!

In elk geval is het de bedoeling dat ik hier wekelijks een berichtje ga plaatsen over de stage. Ik ga proberen dat braaf te doen, omdat het vast en zeker helpt bij het reflecteren. Jammer dat we met de stage in het basisonderwijs al bijna klaar zijn, al denk ik dat de echt leuke verhalen pas komen als we dadelijk de strijd aangaan met 14-jarige pubers! Heb er nu al zin in!

Ik hou jullie op de hoogte!
Marleen